Studieaanbod 1ste graad

Studieaanbod 1ste graad

Eerste graad
A-StroomB-Stroom

2de leerjaar A met basisopties:

  • Moderne talen wetenschappen
  • Kunst en creatie
  • Economie en organisatie

2de Leerjaar B met basisopties:

  • Voeding en Horeca
  • Kunst en creatie
  • Economie en organisatie

A stroom

In het eerste jaar van de A-stroom bieden we, naast de 27 uur basisvorming, een uur uitdieping en remediëring en vier uur talententraject aan.

Binnen De Branding blijven we met vakken werken, maar worden deze geclusterd binnen domeinen. Op deze manier zorgen we ervoor dat alle leerinhouden op een geïntegreerde manier aan bod komen.

In het tweede jaar bieden we naast 26 uur basisvorming, vier uur pakket moderne wetenschappen en twee uur talenttraject.

B-stroom

In het eerste jaar van de B-stroom bieden we, naast de 27 uur basisvorming, een uur uitdieping en remediëring en vier uur talententraject aan.

Binnen De Branding blijven we met vakken werken, maar worden deze geclusterd binnen domeinen. Op deze manier zorgen we ervoor dat alle leerinhouden op een geïntegreerde manier aan bod komen.

In het tweede jaar bieden we naast 16 uur basisvorming, 15 uur pakket praktijk en twee uur talenttraject. 

1ste jaar A

In 1A volg je een basisopleiding. De vakken vormen de basis om verder te gaan naar het tweede jaar. Deze vakken zijn voor iedereen verplicht.

A-STROOMAantal uren per week
Wiskunde5 (4 + 1 verdieping – remediëring – uitbreiding)
Nederlands5 (4 + 1 verdieping – remediëring – uitbreiding)
Frans4 (3 + 1 verdieping – remediëring – uitbreiding)
Aardrijkskunde2
Engels2
Geschiedenis1
Lichamelijke opvoeding2
Economische en financiële geletterdheid1
Artistieke opvoeding1
Mediawijsheid1
Techniek2
Levensbeschouwelijk vak2
Leren en Leven2
Natuurwetenschappen1
Klasuur1
Totaal aantal uren32

1A Moderne vorming

In het eerste jaar secundair onderwijs kies je met de optie ‘moderne vorming’ voor een verkenning van verschillende brede belangstellingsgebieden, ook wel modules genoemd. Op die manier sluiten we aan bij het basisonderwijs en kunnen de leerlingen ontdekken waar hun talenten liggen en die verder ontwikkelen. Er worden 6 belangstellingsgebieden aangeboden:
  •  ICT (basisvaardigheden met computer)
  •  STEM
  •  DAM (digital art & multimedia)
  •  Ondernemen
  •  Kunst, cultuur en expressie
  •  Mens en maatschappij

Elke week gaan de leerling op onderzoek tijdens een module. Wanneer een project afgerond is kunnen de leerlingen nagaan of hun talent in dit belangstellingsgebied ligt.

Vanuit onze ASS-werking bieden wij naast de 6 belangstellingsdomeinen nog 2 extra modules aan:
  •  Leren leren
  •  Sociaal – emotionele vaardigheden

Hierbij proberen we de leerlingen extra vaardigheden bij te brengen om zo hun zelfstandigheid, flexibiliteit en weerbaarheid te verhogen ter voorbereiding op de overstap naar het gewoon secundair onderwijs in de 2de of 3de graad.
 

De basisopleiding

In deze basisopleiding krijg je verschillende vakken voorgeschoteld. Elke leerling in 1A krijgt dezelfde vakken aan evenveel uur per week.

Nederlands

Tijdens de lessen Nederlands werk je voornamelijk aan volgende vaardigheden: lezen, schrijven, spreken en luisteren. Je leert je op een correcte manier uitdrukken en je krijgt verschillende strategieën mee om teksten en luisterfragmenten de baas te kunnen. Naast het ontwikkelen van je vaardigheden en het leren van nieuwe woorden, krijg je een flinke dosis spelling en spraakkunst.

Frans

Bonjour classe!
Frans is onze tweede landstaal. Daarom is het belangrijk dat je Franse les krijgt.

Tijdens de lessen Frans leer je communiceren met je klasgenoten. Je krijgt een aantal hulpmiddelen van de leerkracht en je praat met elkaar over hobby’s, huisdieren, je familie,… in het Frans. Tijdens het jaar wordt het telkens uitdagender want de gespreksonderwerpen variëren van makkelijk naar meer uitdagend. Om je spreken te bevorderen moet je vooral veel Frans luisteren en lezen. Je hoort verschillende dialogen en leest samen met de leerkracht Franse teksten om op die manier meer Franse woorden te verwerven. Ook hier wordt het uitdagender naar het einde van het schooljaar toe.

Wiskunde

De lessen wiskunde kunnen we opdelen in 2 grote blokken: “getallenleer of algebra” en “meetkunde”. Getallenleer leert je welke verschillende soorten getallen er zijn: natuurlijke, gehele en rationele getallen. Daarna leer je rekenen met deze verschillende soorten getallen. Wiskundig inzicht krijgen staat voorop! Tijdens de lessen meetkunde bestudeer je de opbouw van verschillende figuren. Je krijgt stellingen die je wiskundig leert bewijzen. Dit helpt je om logisch na te denken. De cirkel, de rechthoek of de ruit…geen enkele figuur zal nog geheimen hebben voor je. Tijdens zowel meetkunde- als getallenleerthema’s starten we met een klassikaal gedeelte waarbij de basisbegrippen worden aangebracht. Daarna gaan we ofwel individueel aan de slag met een leerwegwijzer en oefeningen op jouw tempo. Ofwel werken we in groep aan een opdracht waarbij je zelfstandig nieuwe eigenschappen ontdekt en leert toepassen in nieuwe situaties. We werken ook regelmatig online met een digitaal leerplatform waarop iedereen oefeningen op zijn niveau aangeboden krijgt. Ook geogebra en het wetenschappelijk rekenmachine heeft binnenkort geen geheimen meer.

Engels

De Engelse taal is niet meer weg te denken uit ons dagelijks leven. We komen er voortdurend mee in aanraking. Via de televisie, muziek, spellen, enz. Om te begrijpen wat er wordt gezegd of getoond in al deze media is het dan ook belangrijk om inzicht te krijgen in de Engels taal. Tijdens de Engelse les krijgen de leerlingen een opbouwende vorming van woordenschat, grammatica, maar ook van vaardigheden zoals luisteren en spreken. Ze leren teksten te begrijpen en doorgronden, gericht luisteren en gaan zelf met de taal aan de slag. Hierbij vertrekken we vanuit een basis en worden de leerlingen stap voor stap begeleidt en uitgedaagd om zo hun taalvaardigheden te verhogen.

Aardrijkskunde

Je leert hoe de wereld in elkaar zit. Jezelf kunnen verplaatsen aan de hand van een kaart, met een kompas of aan de hand van de vier windstreken zijn enkele voorbeelden van hoe je je leert oriënteren. Samen met de leerkracht aardrijkskunde ga je op bodem- en klimaatonderzoek en denk je na hoe je zelf je steentje kan bijdragen tot een beter leefmilieu. Na een jaartje aardrijkskunde weet je zeker het verschil tussen een rivier en een kanaal en leer je antwoorden vinden op vragen als “Hoe komt het dat het vandaag regent?”, “Wat is de hoogste berg in Europa?” en “Waarom is het warmer in Afrika dan in België?”.

Geschiedenis

Het vak geschiedenis neemt je mee naar het verleden. Leer als een historicus aan de slag te gaan door bronnen te onderzoeken. Het verleden is rijk aan spannende verhalen en prachtige voorwerpen. Leer je voorouders kennen en bestudeer hoe ze leefden en overleefden. Oud en nutteloos? Dat dacht je maar! Maar wees wel kritisch, want soms zijn de dingen niet wat ze lijken!

Techniek

Tijdens de lessen techniek zorgen we ervoor dat je een echte systeemdenker wordt. In concrete thema’s rond elektriciteit, voeding, wonen,… gaan we op zoek naar verschillende technische processen en proberen we te achterhalen hoe deze precies werken. Via het principe onderzoeken-maken-duiden weet jij straks alles over de werking van een dynamo, een watercentrale en nog zoveel meer. We werken heel veel zelfstandig of in duo om op deze manier zoveel mogelijk zelf te ontdekken.

Levensbeschouwelijke vakken

Hier maak je een keuze tussen niet-confessionele zedenleer of een erkende godsdienst. De erkende godsdiensten zijn anglicaanse, islamitische, Israëlitische, katholieke, orthodoxe of protestants-evangelische godsdienst.

In niet-confessionele zedenleer (NCZ) leer je over de vrijzinnige mens. Deze mens heeft een levenshouding die er vanuit gaat dat alles wat er in de wereld gebeurt via wetenschappelijk onderzoek kan bepaald worden, er geen sprake is van een goddelijk wezen.

Lichamelijke opvoeding

Lichamelijke opvoeding is meer dan turnen. Je verkent er verschillende sportdisciplines en leert vooral hoe je moet volhouden in een sport om resultaat te boeken enerzijds en leer je hoe belangrijk is teamsporten zijn anderzijds. Elke les gebeurt onder het motto “deelnemen is belangrijker dan winnen”.
Wij gaan ook met onze leerlingen zwemmen. We doen dit op een moment dat het rustig is in het zwembad. De zwemlessen vinden plaats tijdens het tweede deel van het schooljaar.

Muzikale opvoeding

Doorheen het vak muzikale opvoeding maak je kennis met allerlei soorten muziekinstrumenten, muziekgenres en zelfs notenleer. Je leert je muzikale grenzen te verleggen en je gaat op zoek naar je eigen talenten. Stel je open voor alle soorten muziek en breng respect op voor elkaars mening. Ieder is uniek, niemand is hetzelfde. Al die diversiteit maakt de wereld interessant. Het leren musiceren verloopt bijvoorbeeld volgens een eigen ontwikkelde methode met een structuur op basis van kleuren. Er wordt geluisterd naar de interesse en de individuele muzikale talenten of struikelpunten van de jongere. Ze krijgen ruimte en begeleiding om hun grenzen aan te geven en te verleggen.

Plastische opvoeding

De les P.O. staat volledig in het teken van jezelf op een creatieve manier uitdrukken. Je krijgt er begrippen aangeleerd zoals “dimensies”, “soorten lijnen” en “perceptie”. Je bestudeert met je klasgenoten op welke manier tekeningen en kunstwerken kunnen opgebouwd worden en geïnterpreteerd worden. Met deze kennis ga je zelf aan de slag en word je een heuse kunstenaar. 

2de Leerjaar A

 

 

2AAantal uren per week
Wiskunde4
Nederlands4
Frans3
Aardrijkskunde1
Engels2
Geschiedenis1
Lichamelijke opvoeding2
Economische en financiële geletterdheid/
Mediawijsheid
1
Artistieke opvoeding1
Techniek2
Levensbeschouwelijk vak2
Leren en Leven2
Natuurwetenschappen2
 Basisopties*5

Moderne talen wetenschappen

Kunst en creatie

Economie en organisatie

Totaal aantal uren

32

*Basisopties A Stroom:

Economie en organisatie (5u/week)

In de basisoptie verruimen de leerlingen hun beleving van de ‘economische en financiële competenties’ tot een bredere economische en maatschappelijke context.

De leersituatie in de basisvorming komt erop neer dat de leerlingen vooral vanuit hun individuele beleving het consumentengedrag bestuderen. Aan de hand van herkenbare situaties uit hun eigen vertrouwde leefwereld, worden ze er zich van bewust dat hun aankoopgedrag beïnvloed wordt door tal van factoren. Ze beseffen dat ze voorzichtig moeten omgaan met een budget … Daarnaast maken ze kennis met een aantal basisbegrippen en basisprincipes in verband met ondernemingen en overheid.

Daar komt in de basisoptie een economische en maatschappelijke verruiming van de beleving bij. De rode draad doorheen deze basisoptie is het onderzoekend leren aan de hand van de volgende thema’s

  • economische kringloop
  • consumenten: economisch principe, vraag, trends met betrekking tot aankoopgedrag en aankoopkanalen, courante betaalmiddelen, loonschema
  • ondernemingen en organisaties: economisch principe, aanbod, wet van vraag en aanbod, bedrijfskolom, welvaart en welzijn, logistieke afdeling, marketing
  • overheid: beïnvloeding van de prijs door de overheid
  • buitenland: beïnvloeding van de prijs
  • ondernemerschap

Hierbij staat het functioneel gebruik van digitale vaardigheden centraal.

In de huidige geglobaliseerde economie wordt vlot communiceren en samenwerken steeds belangrijker. Daarom komen verschillende aspecten van communicatieve en sociale vaardigheden aan bod in de basisoptie ‘economie en organisatie’, door gebruik te maken van een activerende didactiek.

Kunst en creatie (5u/week)

De basisoptie ‘kunst en creatie’ is voor de leerlingen de geknipte kans om hun creatieve mogelijkheden te ontdekken, gebruiken en ontplooien.

In ‘kunst en creatie’ komen verschillende, creatieve en artistieke gebieden aan bod die de leerlingen kunnen verkennen en waarbij ze zich oefenen in ‘cultureel vaardig zijn’ door middel van 4 activiteiten

  • Voelen, kijken, luisteren … naar kunst- en andere creatieve uitingen
  • Omzetten van wat ze waargenomen hebben in iets nieuws (fantaseren, beleven, presenteren, maken)
  • Beschrijven, benoemen en bespreken van kunst- en creatieve uitingen van zichzelf of anderen
  • Ontdekken van regels, structuren, modellen … die hen toelaten kunst en cultuur te begrijpen

In deze basisoptie maken de leerlingen een zoektocht om zichzelf en de wereld te ontdekken. Ze leren zich creatief of artistiek uit te drukken en ze ervaren dat het samenspel van woord, klank, kleur, vorm, beweging … een nieuwe beleving met zich meebrengt. Bovendien leren ze samen met anderen uiteenlopende, creatieve en artistieke uitingen te respecteren en te waarderen.

Moderne talen en wetenschappen (5u/week)

Deze basisoptie is geknipt voor die leerlingen die zich willen verdiepen in interessante componenten van zowel de moderne talen als de exacte wetenschappen.

Moderne talen

De leerlingen leren meer te doen met taal. Ze communiceren bedreven in veel verschillende situaties die met hun interesses te maken hebben, maar ook in situaties uit vele andere werelden.

Samen verkennen ze de samenleving aan de hand van taal: zoveel mensen, zoveel verschillende talen … Waar komen al die verschillen vandaan en waar dienen ze toe? Hoezeer lijken alle talen en culturen op elkaar? Op welke punten vinden de moderne talen en taalvariëteiten elkaar? Hoe verruimen we ons wereldbeeld via fictie? Hoe verbreden we onze woordenschat door meer te lezen? Chillen met een boek in een hoek, vallen voor een film, fijnproeven van de taal van diverse groepen en bekijken wat die taal met ons doet om erbij te horen, ‘kilometers maken’ in het Nederlands, Engels en Frans …

In deze basisoptie worden de leerlingen fermer in communicatieve en literaire vaardigheden. Ze beginnen bovendien een ontdekkingstocht in taal als wetenschap.

  • Ze onderzoeken hoe mensen door middel van taal tot een specifieke groep, (sub)cultuur behoren.
  • Ze passen communicatieve vaardigheden toe in het Nederlands, Frans en/of Engels.
  • Ze onderscheiden vormen van fictie.

Van taal naar wetenschap

De wetenschappelijke kant van deze basisoptie kan op verschillende manieren uitnodigen om talen in te zetten. Bijten we ons vast in een Engelse wetenschappelijke tekst? Of gaan we lekker CLILLEN? En op welke manier is wetenschap ook een ontdekkingstocht in taal?

Wetenschappen

De leerlingen kijken onderzoekend naar de wereld. Vanuit verwondering gaan ze op zoek naar antwoorden voor vragen die ze zich stellen. Door te experimenteren, te observeren, terreinonderzoek uit te voeren, informatie te verwerven en te verwerken, leren ze om te gaan met wetenschappelijke vaardigheden. Zo komen ze tot betrouwbare en verifieerbare verklaringen voor de onderzochte verschijnselen. Hierbij doen ze ook een beroep op wiskundige en computationele vaardigheden. Ze leren de onderzoeksresultaten zowel mondeling als schriftelijk te rapporteren en te motiveren.

  • De leerlingen onderzoeken natuur- en technisch-wetenschappelijke verschijnselen en ideeën.
  • De leerlingen onderscheiden aspecten in contexten waarin natuur- en technische wetenschappen een belangrijke rol spelen.
 

1ste jaar B

In 1B volg je een basisopleiding.
Elke leerling in 1B krijgt dezelfde vakken. Ze vormen de basis om verder te gaan naar het tweede jaar. Deze vakken zijn voor iedereen verplicht.

B-STROOMAantal uren per week
Project algemene vakken13
Techniek6
Lichamelijke opvoeding2
Mediawijsheid1
Frans2
Levensbeschouwelijk vak2
Artistieke opvoeding2
Leren en leven2
Klasuur1
Economische en financiële geletterdheid1
Totaal aantal uren32

 Naast de basisopleiding bieden we ook de verschillende belangstellingsgebieden in 1B aan onder de vorm van modules.
Er worden 6 belangstellingsgebieden aangeboden:
  •  ICT (basisvaardigheden met computer)
  •  STEM
  •  DAM (digital art & multimedia)
  •  Ondernemen
  •  Kunst, cultuur en expressie
  •  Mens en maatschappij

Elke week gaan de leerling op onderzoek tijdens een module. Wanneer een project afgerond is kunnen de leerlingen nagaan of hun talent in dit belangstellingsgebied ligt.
Vanuit onze ASS-werking bieden wij naast de 6 belangstellingsdomeinen nog 2 extra modules aan:
  •  Leren leren
  •  Sociaal – emotionele vaardigheden

Hierbij proberen we de leerlingen extra vaardigheden bij te brengen om zo hun zelfstandigheid, flexibiliteit en weerbaarheid te verhogen ter voorbereiding op de overstap naar het gewoon secundair onderwijs in de 2de of 3de graad. 

2de leerjaar B

2de leerjaar B

Aantal uren per week

PAV Project algemene vakken

9

Vreemde talen

3 (2u Frans, 1u Engels)

Lichamelijke opvoeding

2

Leven en Leren

2

Levensbeschouwelijk vak

2

Artistieke vorming

2

Economische en financiële geletterdheid

1

Mediawijsheid

1

Basisopties*

5+5

Voeding en Horeca

Kunst en creatie
(Decoratie)

Economie en organisatie
(Kantoor en verkoop)

Totaal aantal uren

32

*Basisopties B Stroom:

De leerlingen van het 2de jaar B hebben de keuze uit 2 basisopties volgens hun interesseveld 10 uur/week. Dit stelt de leerlingen in staat om een weldoordachte keuze te maken over hun vereder studiekeuze in de 2de graad van het secundair.

Economie en organisatie (5u/week)

In de basisoptie verruimen de leerlingen hun beleving van de ‘economische en financiële competenties’ tot een bredere economische en maatschappelijke context.

De leersituatie van de basisvorming ‘Economische en financiële competenties’ komt erop neer dat de leerlingen het consumentengedrag vanuit hun individuele beleving bestuderen. Aan de hand van herkenbare situaties uit hun eigen vertrouwde leefwereld, worden ze er zich van bewust dat hun aankoopgedrag beïnvloed wordt door tal van factoren. Ze beseffen dat er voorzichtig dient te worden omgegaan met een budget … Daarnaast maken ze kennis met een aantal basisbegrippen en basisprincipes in verband met ondernemingen.

Daar komt in de basisoptie een economische en maatschappelijke verruiming van de beleving bij. De rode draad doorheen deze basisoptie is het verder verkennen van de volgende thema’s

  • consumenten: economisch principe, trends met betrekking tot aankoopgedrag en aankoopkanalen, courante betaalmiddelen, loonschema
  • ondernemingen en organisaties: bedrijfskolom, welvaart en welzijn, onthaal, verkoop, administratie, logistiek
  • ondernemerschap
  • ICT

In de huidige geglobaliseerde economie wordt vlot communiceren en samenwerken steeds belangrijker. Daarom komen verschillende aspecten van communicatieve en sociale vaardigheden aan bod, door gebruik te maken van een activerende didactiek.

Net zoals in de basisoptie ‘economie en organisatie’ in de A-stroom, verschuift de focus van de individuele beleving, die in de basisvorming centraal staat, naar een benadering vanuit een ruimere en bredere context. In tegenstelling tot de A-stroom, ligt de nadruk in de B-stroom op de concrete taken en opdrachten binnen ‘ondernemingen en organisaties’. 

Kunst en creatie (5u/week)

De basisoptie ‘kunst en creatie’ is voor de leerlingen de geknipte kans om hun creatieve mogelijkheden te ontdekken, gebruiken en ontplooien.

In ‘kunst en creatie’ komen een veelheid aan creatieve en creatieondersteunende gebieden aan bod die de leerlingen kunnen verkennen en waarbij ze zich oefenen in ‘cultureel vaardig zijn’ door middel van 4 activiteiten

  • Voelen, kijken, luisteren … naar kunst- en andere creatieve uitingen
  • Omzetten van wat ze waargenomen hebben in iets nieuws (fantaseren, beleven, presenteren, maken)
  • Beschrijven, benoemen en bespreken van kunst- en creatieve uitingen van zichzelf of anderen
  • Ontdekken van regels, structuren, modellen … die hen toelaten kunst en cultuur te begrijpen

In deze basisoptie maken de leerlingen een zoektocht om zichzelf en de wereld te ontdekken. Ze leren creatieve technieken te gebruiken en ze leren zich open te stellen voor creatieve technieken van verschillende aard én hun combinatie.

Voeding en horeca (5u/week)

De leerlingen die graag aan de slag gaan met voeding en die willen weten hoe ze zelf eenvoudige, gezonde en lekkere bereidingen kunnen maken, kunnen terecht in de basisoptie ‘voeding en horeca’.

In de basisoptie ‘voeding en horeca’ maken ze kennis met veelgebruikte voedingsmiddelen en met behandelingstechnieken uit de hotel- en restaurantsector, de brood- en banketbakkerij.

Aan de hand van eenvoudige praktische opdrachten leren ze huishoudelijke en professionele materialen te gebruiken en voedingsmiddelen op verschillende manieren te bewerken. Tijdens deze praktische oefeningen leren ze ook op een hygiënische, veilige en creatieve manier grondstoffen te verwerken tot lekkere voedingsmiddelen.

Beleefdheidsregels en gepaste omgangsvormen helpen hen om te leren samenwerken en om in de toekomst gastvrij en klantgericht te handelen. Vlot leren communiceren en de taal op een gepaste wijze gebruiken, behoren evengoed tot het cruciale pakket van taken in de contexten van deze basisoptie.